|
|
|
Historie van Stem en Snaren
U vindt op deze pagina in vogelvlucht een stuk geschiedenis van een
oratoriumvereniging die op 13 februari 2008 haar
125-jarig bestaan vierde. De vereniging telt op dit moment
102 leden en heeft op cultureel
gebied een duidelijke plaats in Enkhuizen en omgeving.
1883 -
De start van Stem en Snaren
Op 13 februari 1883 wordt in een lokaal van de Gereformeerde
Kerk in Enkhuizen de Christelijke Zangvereniging “Stem en Snaren” opgericht.
Het initiatief komt voort uit de Christelijke Jongelingsvereniging. Of er
ook meisjes op het koor mogen worden toegelaten wordt overgelaten aan de nog
te vragen dirigent. Dat wordt de heer A. Verhorst, onderwijzer van de Vrije
Protestantse Schoolvereniging.
De naam wordt gekozen uit de toenmalige berijming van Psalm 43:
‘Dan zal ik juichend Stem en Snaren tot roem van Zijne goedheid paren…’
Er wordt gestart met 35 leden, die een contributie van 5 cent
per repetitie betalen en op 31 januari 1884 wordt een eerste uitvoering
gegeven. Het entreegeld is 25 cent.
Het aantal leden groeit – in 1885 zijn er al 64 – maar er is
een grote wisseling van dirigenten; in een tijdsbestek van 5 jaar zijn dat er
maar liefst 5.
1890 - Discussies tussen dames en heren
Tijdens de jaarvergadering van 1890 wordt er hevig
gediscussieerd over het roken op de repetities. Enkele heetgebakerde dames (ze
waren er dus toch) doen het voorstel om het roken tijdens de repetities en ook
in de pauze te verbieden. Het voorstel wordt evenwel met een grote meerderheid
van stemmen verworpen. Een jaar later beginnen de dames er weer over en die keer
krijgen ze hun zin: tijdens het zingen en in de pauze zal niet meer worden
gerookt.
Maar daartegenover komt het verbod te staan, dat de dames
tijdens het zingen niet mogen spreken (!). Wanneer ze dat wel doen en het
verbod in feite overtreden, dan hebben de heren het recht om te roken.
Deze geschiedenis wordt enkele heren kennelijk te gortig. Zij
stellen voor de damesleden het stemrecht te ontnemen, maar dat gaat het
merendeel van de leden toch te ver; het voorstel wordt verworpen.
Na zo’n jaarvergadering doet men samenspraken en worden luimige
en ernstige voordrachten gedaan. Dikwijls is het zo gezellig, dat het feest
tot in de kleine uurtjes duurt.
In latere jaren worden er aparte jaarfeesten gehouden. Zo lang
de vereniging goed bij kas is levert dat financieel gezien geen problemen op,
maar als dat verandert wordt voorgesteld dat de leden de kosten van het
jaarfeest zelf betalen. Hiervoor is het enthousiasme niet groot. Toch wordt
getracht de jaarfeesten in stand te houden, maar in latere jaren komt hiervoor
een jaarlijks uitstapje, bijvoorbeeld naar Bergen, of een bezoek aan concerten
in Amsterdam, in de plaats.
1893 - Oratoriumvereniging ..!
Vanaf 1893 tot aan zijn overlijden in
1934 in de heer R.G. Crevecoeur dirigent, die dat ook is bij het Toonkunstkoor
en het orkest Crescendo in Enkhuizen; voorts is hij organist bij de Hervormde
Kerk en stadsbeiaardier. Onder zijn leiding worden verschillende oratoria
uitgevoerd, zoals ‘Die Schöpfung’ van .Haydn bij het 25-jarig jubileum; de
Paulus van Mendelssohn bij het 30- jarig bestaan en Der Messias van Händel in
1928.
Dit leidt er toe, dat Stem en Snaren op 5 november 1931 een
oratoriumvereniging wordt en als zodanig bij Koninklijk Besluit van 11december
1931 wordt erkend.
1933 - Matthäus Passion
Dat Stem en Snaren een vereniging is met een rijke historie wordt onder
meer bewezen door het feit dat op 20 april 1933 voor het eerst in
Noord-Holland boven het IJ door Stem en Snaren een integrale uitvoering wordt
gegeven van de Matthäus
Passion van Johann Sebastiaan Bach.
Voor de heer Crevecoeur is dit een bekroning op zijn werk en Stem en Snaren geeft bij haar
50-jarig bestaan heel duidelijk aan in staat te zijn een dergelijk groot werk
ten gehore te brengen. De uitvoering vindt plaats in de Westerkerk en een
scribent meent dat er wel tweeduizend toehoorders zijn. Het wordt niet alleen als een plaatselijk gebeuren opgevat,
maar ook regionaal als een evenement van belang ervaren.
In die jaren heeft Stem en Snaren een eigen zangschool. Het
bestuur vindt het prettig als er aan jongelui, die in de toekomst graag lid
van het koor willen worden, les in muziek wordt gegeven. De zangschool,
bedoeld voor kinderen vanaf 7 jaar – als ze 18 jaar zijn mogen ze op het koor
– staat de eerste jaren onder leiding van de heer Crevecoeur en later neemt
meester W.Zwaan die over.
1940-1945 - Oorlogstijd
Vanwege financiële problemen kan de zangschool in het begin
van de veertiger jaren niet langer bestaan, maar na de tweede wereldoorlog
wordt in maart 1946 onder leiding van de toen aanwezige dirigent Wim ter Burg
een nieuwe start gemaakt.
Op een gegeven moment zijn er maar liefst 160 leerlingen.
Helaas vertrekt ter Burg in 1952; er komt een nieuwe dirigent voor de
zangschool met een andere aanpak en werkwijze en dit leidt er mede toe dat
deze onderafdeling van Stem en Snaren verdwijnt.
Die oorlogsjaren
1940-1945 waren voor het koor natuurlijk een bewogen periode. De problemen beginnen reeds in de mobilisatietijd. De dirigent Dick
van Wilgenburg, die de heer Crevecoeur was opgevolgd, moet in militaire dienst
en de Nutszaal kan niet langer als repetitieruimte worden gebruikt, want de
zaal wordt ingericht als hospitaal.
De Duitse taal is taboe en dit heeft tot gevolg dat het
repertoire wordt beperkt. Sommige leden bedanken, want hoe kun je nog zingen
in deze donkere tijd, maar anderen vinden dat je juist moet blijven zingen.
De bezetter eist, dat elk koor zich moet aansluiten bij de
Nederlandse Cultuurkamer. De Koninklijke Bond van Christelijke Zang- en
Oratoriumverenigingen ziet het allemaal niet zo donker in en vindt dat men
voorlopig maar moet toetreden, maar het bestuur denkt er anders over. Eén van
de grootste bezwaren is het leidersprincipe van de bezetter met autoritaire
bevoegdheid, maar ook het opnemen van de Jodenparagraaf in de statuten,
waardoor zij geen lid kunnen blijven of worden, is een heikel punt.
De leden zijn het hiermee eens en zo gaat er op 13 april 1943
een brief naar de Cultuurkamer met de mededeling dat de vereniging niet als
lid van deze kamer wenst te worden beschouwd en dat de repetities met ingang
van 1 april 1943 zijn gestaakt.
Bij brief van 13 december 1943 bericht de Gewestelijk
Politiepresident te Amsterdam, dat de vereniging is ontbonden en dat haar
vermogen is verbeurd verklaard. Haar voortbestaan zal strijdig zijn met het
algemeen belang en de openbare orde.
Na de bevrijding worden de repetities hervat en op 29 augustus 1945 wordt in
de Westerkerk, onder leiding van Dick van Wilgenburg, die daarna naar Enschede
vertrekt, een concert gegeven, waar, zo vertellen de analen, maar liefst
tweeduizend bezoekers zijn. Het koor telt in die jaren 170 leden.
De vijftiger jaren
Als
Wim ter Burg, de opvolger van Dick van Wilgenburg, in mei 1953 vertrekt, wordt
bij zijn afscheid Der Messias van Händel uitgevoerd. De sopraan Jo Vincent,
die haar debuut maakte in Enkhuizen op 12 september 1923 bij een concert ter
gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, neemt op 22 mei
1953 eveneens afscheid.
1958 - het 75-jarig jubileum
Daarna breekt een periode van maar liefst 25 jaar aan dat Stem
en Snaren wordt gedirigeerd door Piet Halsema.
Hij wordt niet, zoals zijn voorgangers, dirigent van het Toonkunstkoor en
evenmin stadsbeiaardier. Onder zijn leiding wordt in 1958, ter gelegenheid van
het 75-jarig jubileum een concert gegeven. Ook wordt er voor de leden een
feestavond gehouden, maar de vraag is of Stem en Snaren de 100 jaar zal halen.
1981 - Opnieuw
de Matthäus Passion
Die vraag
dringt zich een aantal
jaren later opnieuw op als er nog slechts 41 leden zijn.
Er wordt een ledenwerfactie ondernomen en de Matthäus Passion van
Johann Sebastian Bach wordt op het programma gezet en dat heeft resultaat. Het
ledental groeit en er kan weer een voltallig bestuur worden gevormd. Sinds
1981 wordt de Matthäus Passion van Bach om de vijf jaar uitgevoerd. De is voor
het laatst is dit gebeurd in 2006.
1983 -
Het 100
jarig bestaan
Piet Halsema wordt in 1978 opgevolgd door Hans van Steenbergen.
Evenals zijn voorganger neemt hij het oratorium Elias van Felix Mendelssohn
Bartholdy in studie, dat in 1979 wordt uitgevoerd.
Van dezelfde componist is de Paulus en iedereen vindt het een uitstekend idee
om dat werk ten gehore te brengen bij het 100-jarig bestaan in 1983.
Op 28 april van dat jaar wordt er ’s middags een receptie gehouden in die Port
van Cleve en ’s avonds wordt, onder meer in aanwezigheid van de voorzitter van
de bond, die ter gelegenheid van dit eeuwfeest een bronzen legpenning
uitreikt, Mendelssohn’s Paulus uitgevoerd in een overvolle Zuiderkerk.
Bij dat 100-jarig bestaan is het net niet gelukt, maar in
september 1983 wordt het 100ste lid verwelkomd.
1999 - Het verdrietige verlies van een dirigent
Aan het dirigentschap van Hans van Steenbergen – naast de Matthäus Passion van
J.S.Bach zijn onder zijn leiding verschillende grote werken uitgevoerd, zoals
Messiah van Händel, Ein Deutsches Requiem van Brahms, cantates uit het
Weihnachtsoratorium van Bach, Requiem van Mozart, Die Jahreszeiten van Haydn –
komt helaas een eind door een tragisch verkeersongeval op 6 september 1999,
waarbij hij het leven laat.
Tineke Broers neemt na het overlijden van Hans van Steenbergen de leiding van
het koor tijdelijk over en op 23
januari 2000 wordt als een in memoriam aan Hans van Steenbergen, onder anderen
het Te Deum van W.A. Mozart uitgevoerd .
vanaf 2000 - Een nieuw millenium
Vanaf begin 2000 is de artistieke leiding van Stem en Snaren in handen van
Marcel Joosen. Hij is een zeer deskundige en enthousiaste dirigent, hetgeen
zijn uitwerking niet mist op de koorleden.
terug naar boven en naar menu
Het 125-jarig jubileum
in 2008
In 2008 is het dan zover: Stem en Snaren bestaat 125
jaar! Bij dit jubileum is met vier feestelijke activiteiten uitgebreid
stilgestaan.
Het begon met een grote
verjaardagsreceptie in de Westerkerk op 13 februari, de oorspronkelijke oprichtingsdag.
Leden met hun partners,
oud-leden, vrienden en andere genodigden, zoals het gemeentebestuur van
Enkhuizen en vertegenwoordigers van de Koninklijke Christelijke Zangersbond,
waren daarbij aanwezig. Eerst
was er een presentatie van de geschiedenis van de
vereniging met foto’s uit het verre verleden van de stad, van
de dirigenten
en van enkele concerten.
De felicitaties van het
gemeentebestuur gingen vergezeld van het uitreiken van de zilveren penning
van de stad Enkhuizen en bovendien ontvingen wij namens Hare Majesteit koningin Beatrix
de Koninklijke penning.
Vervolgens werd
op 12 april een Jubileumconcert gegeven in de Zuiderkerk.
Uitegevoerd werden
Te Deum van J. Haydn, Jubelmesse van C.M. von Weber en Messa
di Gloria van G. Rossini met begeleiding van Philharmonia
Amsterdam. Als solisten traden op Diane Verdoodt, sopraan;
Wilke te Brummelstroete, alt; Ludwig van Gijsegem, tenor; Gijs van der
Linden, tenor en Henk van Heijnsbergen bas.
Op 26
april werd voor de leden met hun partners in een voor dat doel gezellig
aangeklede gedeelte van de Zuiderkerk een feestavond gehouden. Het
hoogtepunt van deze gezellige avond was het optreden van het Opmeer’s Vocaal
Ensemble.
Tenslotte sloten we het jubileumjaar af met een groots Scratchconcert op 4 oktober in de Westerkerk
met 340 zangers en zangeressen uit het gehele land. Overdag zijn, met
pianobegeleiding van Aukje Broers, drie geweldige werken van Mozart
ingestudeerd: Ave Verum, Laudate Dominum en Requiem. ’s Avonds zijn deze
werken uitgevoerd in een goedgevulde Westerkerk. De orkestbegeleiding was
wederom van Philharmonia Amsterdam en als solisten werkten mee: Elma van den Dool, sopraan; Eleonora Volkert, alt; Jeroen de Vaal, tenor
en Henk van Heijnsbergen, bas. Dit alles natuurlijk onder leiding van onze dirigent Marcel Joosen.
En nu ... vol enthousiasme de komende tijd tegemoet!
terug naar boven
|